Methode en aanpak

De aanpak zoekt een balans tussen specifieke en concrete interventies in de praktijk en generieke kennisontwikkeling toepasbaar voor het gehele beroepenveld. De aanpak is vormgegeven in het model van de ‘doorlopende zandloper’ (Van Vliet, 2008). Lees verder…

Werkvormen

De verschillende fases in de aanpak worden vormgegeven in de verschillende werkvormen die worden ingezet in dit RAAK-project. Werkvormen zijn bijvoorbeeld de Museumbattle en InCompanyLab. Lees verder…

Activiteiten en Resultaten

De gekozen werkvormen kennen verschillende activiteiten en resultaten. Resultaten bestaan onder meer uit concrete innovaties en prototypen. De producten die daaruit voortvloeien worden (voor zover mogelijk) verzameld onder Producten. Zie de tabel voor een uitgebreid overzicht van activiteiten en resultaten. Lees verder…


Methode en aanpak (vervolg)

Doorlopende zandloper (klik voor vergroting).

…Deze aanpak werkt als volgt: in samenwerking met deelnemende instellingen worden concepten uitgewerkt. De concepten zijn in dit geval gericht op nieuwe crossmediale dienstverlening in musea. Vanuit deze concepten wordt een selectie gemaakt en doorontwikkeld tot een prototype. Hierbij is een prototype niet per definitie een technische oplossing (applicatie) maar kan ook betrekking hebben op een nieuw business model, een organisatieverandering of een nieuwe sturingssystematiek. Een selectie van de ontwikkelde prototypes wordt getest in een veldtest. Dat wil zeggen in de realistische setting van een instelling met daadwerkelijke gebruikers. Door deze stappen te doorlopen wordt de oplossing steeds specifieker en concreter en is daarmee steeds meer gericht op daadwerkelijke interventie in een instelling.

De activiteiten van concepting, prototyping en de veldtest leveren data op die verzameld worden. Vanuit deze data wordt gekomen tot generalisatie die voorbij het individuele geval gaan en nieuwe inzichten, nieuwe interpretaties en nieuwe samenhang opleveren. Deze generalisaties worden vervolgens gebruikt om tot theorie-vorming te komen (exploratief onderzoek). Door deze stappen te doorlopen is er een toenemende gerichtheid op onderzoek dat een generiek karakter heeft (modellen, theorieën).

Het ‘doorlopende’ van het model bestaat eruit dat de theorievorming ook als beginpunt kan worden genomen door vanuit de theorievorming op basis van vraagstellingen en hypothesen te komen tot concepten, prototypes en uiteindelijk ‘toetsingen’ in de veldtest (toetsend onderzoek). Op deze manieren vinden specifieke interventie en generiek onderzoek elkaar in een continue feedback cyclus.

Werkvormen (vervolg)

CONCEPTEN
Voor de ontwikkeling van concepten zetten we de werkvorm Media en Museumbattle in. Deze werkvorm is ontwikkeld in het Pieken in de Delta project ‘Creative Xcellerator’ en het RAAK-project ‘Crossmedia Atelier’, en is inmiddels reeds drie keer ingezet (zie mediabattle.ning.com). In de Museum/-mediabattle leggen organisaties uitdagende problemen voor aan studententeams van verschillende opleidingen. In competitieverband werken de studententeams aan oplossingen die ze aan het eind van de Museum/-mediabattle pitchen aan de opdrachtgevers. De Museum/-mediabattle heeft een duur van een week en begint met een briefing op maandagochtend van de opdrachtgevers en eindigt met een plenaire pitch van de teams op vrijdagmiddag voor de opdrachtgevers. Een vakjury beoordeelt de aangedragen oplossingen. Per Museum/-mediabattle zullen 4 opdrachtgevers aan bod komen. Er zullen drie studententeams zijn per opdracht; een studententeam bestaat uit 3 a 4 studenten. De betrokken lectoraten van de diverse opleidingen verzorgen de begeleiding van de studententeams.

PROTOTYPEN
Organisaties (ook musea!) blijven graag binnen de eigen muren opereren en innoveren. Een team creatieven zal, onder leiding van de lector, 1 of meerdere periodes binnenshuis bivakkeren en daar concepten doorontwikkelen tot prototypen, samen met professionals van de musea in hun eigen omgeving: een InCompanyLab. Dit team zal vanuit meerdere invalshoeken naar de problemen kijken. Indien het betreffende museum geloof en vertrouwen heeft in de ontwikkelde prototypen, kan men deze verder ontwikkelen in een veldtest. Voor het prototypen zelf wordt een set van technieken gebruikt die bekend staan als Gamestorming (Dave et al., 2010), de nadruk hierbij ligt op visualiseren en het inbrengen van spelcomponenten in het komen tot innovaties. Dit is een relatief nieuwe aanpak waarmee we graag willen experimenteren en onze ervaring delen met anderen.

VELDTEST
In een Veldtest wordt in de werkomgeving van een museum een interventie gepleegd en de effecten ervan gemonitored. Die interventie kan verschillende vormen aannemen in dit project: de introductie van een nieuwe crossmediale dienst, een nieuwe verantwoordingssystematiek, een verandertraject, etcetera. Een belangrijke voorwaarde voor de kwaliteit van het onderzoek is dat er intensief getest kan worden door de museale staf en door deelnemers aan de museale activiteiten en diensten. Daarom zal per museum bepaald worden op welke populaties de testen gericht zullen zijn en hoe geborgd kan worden dat er voldoende deelname is.

DATA
De Datavergaring van de veldtesten is natuurlijk afhankelijk van de vorm die de veldtesten uiteindelijk krijgen. Ongetwijfeld zal echter van de volgende methoden gebruik worden gemaakt: interviews, surveys, focusgroepen, experimenten, logging van applicatiegegevens, metingen van kwaliteit, doorlooptijd, aantallen als operationalisatie van prestatie-indicatoren, etcetera. Daarnaast zal ook data worden vergaard vanuit de crossmediale analyses van musea (zie voor een voorbeeld: Veldhoen, Rotte & Van Vliet, 2009).

GENERALISEREN
In de fase van generaliseren worden ervaringen en gegevens vanuit verschillende contexten met elkaar vergeleken en geïnterpreteerd op terugkerende facetten, elementen en patronen.

THEORIEVORMING
Op basis van de vergaarde data en operationalisaties, zullen bestaande theorieën en modellen worden getoetst. Statistische en conceptuele patronen zullen worden gebruikt voor de ontwikkeling van aangepaste of nieuwe modellen. Tevens worden nieuwe vraagstukken gegenereerd die voor nieuwe ‘toetsing’ c.q. datavergaring in aanmerking komen.

Activiteiten en Resultaten (vervolg)

WERKVORM ACTIVITEIT RESULTATEN
Museum-/mediabattle 4x organiseren van een Museum-/mediabattle gedurende de looptijd van twee jaar. Deelname van ± 4 opdrachtgevers en ± 80 studenten per Museum-/mediabattle, waarvan 40 beschikbaar zijn voor de museumopdrachten. Museum-/mediabattle’s vinden plaats aan het begin van Blok 1 (september) en Blok 3 (februari) van het onderwijs. De Museum-/mediabattle zelf duurt een week, de voorbereiding een maand en de nazorg ongeveer een week. 160 deelnemende studenten16 deelnemende musea48 concepten
Prototypen Vanuit iedere Museum-/mediabattle zullen 2 concepten verder worden geprototyped via InCompanyLab sessies aan de hand van GameStorming technieken. De doorlooptijd voor prototyping is ongeveer 6 tot 8 weken. 8 Prototypen
Veldtest Het meest veelbelovende prototype in relatie tot de haalbaarheid in het project wordt vervolgens onderdeel van een veldtest. De doorlooptijd van de veldtest is ongeveer 3 maanden, inclusief alle voorbereiding en datavergaring. In totaal worden er dus 4 veldtesten gehouden in het project. 4 concrete innovaties in de beroepspraktijk
Data Datavergaring zal plaatsvinden vanuit de verschillende andere werkvormen zoals concepten (MediaBattle), prototypen (InCompanyLabs), en innovaties (Veldtesten). Daarnaast zal er data verzameld worden door het in kaartbrengen van crossmediale aspecten van  het publieksaanbod van musea. Verder zullen interviews met professionals worden gehouden. Casusbeschrijvingen, surveydata, interviewdata, loggegevens, etc.
Generalisaties Alle verzamelde data en ervaringen zijn input voor de categorisering en beschrijving op een abstracter niveau van archetypes, business modellen en systematieken van verantwoording (inclusief prestatie-indicatoren). Tevens zullen de geanalyseerde crossmedialiteit van musea worden beschreven en geduid, ook in relatie tot de archetype-discussie. Crossmedia Monitor Musea Werkboek business modelling
Theorie-vorming Theorievorming zal plaatsvinden op de gebieden van business modellen in een crossmediale context, de positionering van musea aan de hand van archetypen en op het gebied van sturingssystematiek en prestatie-indicatoren. (Crossmediale) BusinessmodellenMuseumwijzer Toolkit presentatie indicatoren

Ga door naar Kennisdelen.