Waarom Museumkompas?

In het kort

Het doel van het project Museumkompas is het ondersteunen van de museumprofessional in de ontwikkeling van nieuwe robuuste crossmediale diensten. Dit is nodig omdat de museumprofessional steeds meer geconfronteerd wordt met een veranderend verwachtingspatroon van het publiek, de toenemende invloed van digitalisering op de ontwikkeling van publieksdiensten, en de groeiende noodzaak om tot sturing te komen doordat (overheids)financiering geen vanzelfsprekendheid meer is. Lees verder…

Crossmediale dienstverlening

Een museum dat online interactie wil met haar publiek maar op de website alleen maar de openingstijden publiceert, dat een virtuele tentoonstelling presenteert waarvan niets terug te zien is in het museum, dat een mobiele museum app uitbrengt waarvan niemand weet door wie het gebruikt, hoe vaak en waarom hij wordt gebruikt, een museum dat een augmented reality opstelling bedenkt die alleen werkt als je in het museum bent, een museum dat zich presenteert als museum 3.0 maar alleen bezoekers in het museum telt……Zo’n museum doet zichzelf danig tekort. Lees verder…

Aangrijpingspunt

Museumkompas plaatst de ontwikkeling van crossmediale diensten door musea in het bredere kader van de maatschappelijke positionering van musea en van sturingsmogelijkheden van musea en derden (zoals gemeenten) ten aanzien van de financiering. Juist in een dergelijk kader kan een professional onderbouwde afwegingen maken en ervoor zorgen dat crossmediale diensten meer zijn dan de zoveelste ‘gadget’. Lees verder…

Waarom nu?

Het momentum is nu. Dit blijkt niet alleen uit de recente discussies en publicaties over wie wat ‘vormgeeft’ bij nieuwe cultuurfuncties voor professionals zoals cultuurcoach, cultuurmakelaar en cultuurintendant (Erfgoed Nederland, 2010b). Maar ook uit het feit dat museumdirecties en koepels, waaronder de deelnemers in Museumkompas, het verder overleggen en kennisdelen willen verbinden met actie. Learning by doing. Lees verder…


In het kort (vervolg)

…Hoofden van collecties, curatoren, managers educatie en presentatie, projectleiders digitale dienstverlening en medewerkers nieuwe media moeten zich staande zien te houden in het krachtenveld van deze ontwikkelingen. Sterker nog, zij moeten hier vorm aan geven.

Museumkompas is een tweejarig project dat voorjaar 2011 is gestart op basis van een RAAK-subsidie (van de Stichting Innovatie Alliantie). Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Crossmedia Business van de Faculteit Communicatie & Journalistiek van de Hogeschool Utrecht, onder leiding van lector Harry van Vliet, in samenwerking met erfgoed koepelorganisaties, een aantal musea en een expertisebureau op gebied van informatievraagstukken in de publieke sector.
Museumkompas zal museumprofessionals kennis en vaardigheden aanreiken, ze mee laten ontwikkelen en ze oplossingen laten implementeren in de context van de eigen instelling. Het project levert handvatten op waarmee een onderbouwde keuze voor crossmediale diensten, verbonden met de strategie van de instelling, mogelijk wordt. Een systematiek van sturing en verantwoording ligt in het verlengde hiervan.

Door de gekozen aanpak, waarbij kenniscirculatie en toegepast onderzoek met elkaar verweven worden, zijn de resultaten allereerst heel praktisch. Ze zijn direct gericht op interventies in het museum, zoals ontwikkeling van concepten en prototypen, en de uitvoering van veldtesten met nieuwe diensten. De resultaten zullen ook meer generiek zijn dan alleen voor de deelnemende musea: de ‘Crossmedia MuseumMonitor’, een benchmark die in kaart brengt hoe crossmediaal een museum is; de ‘Museumwijzer’ als hulpmiddel om de eigen instelling te positioneren in het erfgoedveld; een werkboek voor museumprofessionals om zelf businessmodellen te beoordelen en te maken; en een toolkit van prestatie-indicatoren inclusief richtlijnen welke prestatie-indicator past bij welke digitale dienstverlening (zie Producten). Het geheel presenteren we als een kompas voor professionals in musea om richting te geven aan hun crossmediale dienstverlening.

De deelnemers van het project hebben elkaar gevonden vanuit de wens via samenwerking tot verbetering van de dienstverlening door musea te komen. Deelnemende partijen bij aanvang van het project zijn onder andere: Museon, Twentse Welle, Nederlands Vestingmuseum, BMC, Hogeschool Utrecht, Beeld en Geluid, Digitaal Erfgoed Nederland, het Armando museum en anderen (zie Deelnemers).

Crossmediale dienstverlening (vervolg)

…De nieuwe media mogelijkheden worden er als gadget ingezet en niet verbonden met de strategische doelstellingen van de instelling en ook niet met een systematiek van verantwoorden en sturen. Menig ‘digitaal’ initiatief leidt na een enthousiaste start dan ook tot evenveel teleurstelling. Dit terwijl de urgentie om tot een samenhangend geheel van ‘strategie – diensten – sturing’ te komen de laatste jaren alleen maar is toegenomen, onder invloed van een veranderend verwachtingspatroon van het publiek, de toenemende invloed van digitalisering op de bedrijfsvoering van musea en de groeiende noodzaak om tot sturing te komen doordat (overheids)financiering geen vanzelfsprekendheid meer is.

De professional staat dagelijks middenin dit krachtenveld: hoofden van collecties, curatoren, managers educatie en presentatie, projectleiders digitale dienstverlening en medewerkers nieuwe media, zijn allen steeds meer bezig om in hun dagelijks werk een doorvertaling te vinden van de missie van de instelling naar de inzet en afstemming van meerdere communicatiekanalen. Ze worden dus geconfronteerd met crossmediale vraagstukken, en de vraag waarom het allemaal nodig is en hoeveel het kost. In dit krachtenveld moet de professional zich staande zien te houden, sterker nog hij moet hier vorm aan geven. Bij die vormgeving ligt de concrete vraag van de professional: hoe ontwikkel ik nieuwe crossmediale diensten die enerzijds passen bij de positionering van de instelling, en anderzijds voldoende mogelijkheden geven tot sturing en verantwoording. Het is een combinatie van de vraag “doe ik de goede dingen” (doorvertaling positionering naar diensten) en de vraag “doe ik de dingen goed” (relatie diensten en verantwoording). Het is daarmee een vraag naar de samenhang tussen beleid en implementatie en weer terug naar verantwoording. De roep om kennis en vaardigheden om deze complexe taak het hoofd te bieden wordt onder professionals daarom steeds luider.

Gekozen is voor een aanpak waarbij kenniscirculatie en toegepast onderzoek met elkaar verweven zijn. Enerzijds zijn daardoor de resultaten, zoals conceptontwikkeling, prototypes en veldtesten met nieuwe diensten, heel praktisch dat wil zeggen direct gericht op interventies in de museale instellingen, Anderzijds zijn de resultaten meer generiek in de vorm van een benchmark voor crossmedialiteit in musea (de ‘Crossmedia Museum Monitor’), een ‘Museumwijzer’ die de museumprofessional de mogelijkheid geeft de eigen instelling te positioneren, referentiemodellen van business modellen, prestatie-indicatorenscorecards en checklists voor de ontwikkeling van crossmediale diensten. Het geheel presenteren we als een kompas voor professionals in musea om richting te geven aan hun crossmediale dienstverlening.

Aangrijpingspunt (vervolg)

…Binnen dit brede kader is het aangrijpingspunt van Museumkompas de te ontwikkelen nieuwe dienst. Dit sluit precies aan bij de vraag van de professional die op deze manier is geformuleerd (zie Vragen van musea). Vanuit het perspectief van de dienstenontwikkeling wordt dan naar de andere aspecten gekeken, en de professional ‘meegenomen’ in deze gedachtegang. In het lectoraat is daarvoor een methode beschikbaar die al enkele malen succesvol is ingezet (Van Vliet et al, 2010).

Dit aangrijpingspunt van dienstenontwikkeling is een zeer herkenbare en concrete uiting van de wijze waarop het museum zichzelf positioneert en vorm geeft aan haar maatschappelijke rol naar het publiek toe. Er is inmiddels dan ook geen gebrek aan multimediale en crossmediale presentaties van museumcollecties. Het huidige aanbod van digitaal cultureel erfgoed kenmerkt zich door een rijke schakering van initiatieven en een bonte verzameling van websites, mobiele applicaties en multimediale interactieve opstellingen (Van Vliet, 2009). Enerzijds bevestigt dit de drang bij cultureel erfgoed instellingen om met nieuwe media aan de slag te gaan en de laagdrempelige mogelijkheden die de huidige nieuwe media bieden. Anderzijds komt het geheel ook erg over als trial and error, waarbij onderbuik gevoel belangrijker lijkt te zijn dan een uitgewerkte strategie. Helaas zijn deze toepassingen dan ook meestal een kort leven beschoren. Ze hangen aan enkelingen binnen musea, ze zijn niet ingepast in werkprocessen binnen het museum, en ze passen niet bij de bestaande technische infrastructuur die met beperkte middelen bloot staat aan het dagelijkse ‘geweld’ van een groot publiek.

Waarom nu? (vervolg)

…Zij realiseren zich dat de steeds verder doordringende e-cultuur, met zijn gedemocratiseerde en wijd verbreide gebruik van internet en nieuwe media, nieuwe kansen biedt waarop tijdig en ondernemend maar doordacht kan worden ingespeeld. Tegelijkertijd is het lastig geschikte paden te vinden waarbij de risico’s van desinvesteringen en profielverzwakking worden vermeden. Het is daarom zaak dat er door praktijkgericht onderzoek onmiddellijk geleerd kan worden.

Ga door naar Vragen van musea.