Werksessie 1 – Crossmedia Monitor Musea

Een eerste versie van de monitor is ontwikkeld, en dat is een geschikt moment om de beoogde gebruikers ervan om feedback en input over de bruikbaarheid en toepasbaarheid van een dergelijke monitor te vragen.

Aanwezigen

Hester Gersonius van het Amsterdam Museum en Matthijs van der Meulen van het Stedelijk Museum Amsterdam waren bereid om deze feedback en input te leveren. Bij de genoemde musea zijn zij verantwoordelijk voor ontwikkeling en uitvoering van het (social) mediabeleid.

Vanuit het lectoraat waren de volgende mensen aanwezig:

–        Karen Hilhorst: projectleider Museumkompas;

–        Rogier Brussee: senior onderzoeker;

–        Erik Hekman: promovendus op het gebied van waardecreatie in social media;

–        Thijs Waardenburg: deelprojectleider Crossmedia Museummonitor en voorzitter van deze sessie.

Inleiding werksessie

Nadat Thijs de sessie opent, geeft Karen een korte uitleg over het Crossmedialab en het Museumkompas. Daarbij legt Karen uit dat binnen het project verschillende producten worden ontwikkeld, waarvan de monitor er dus een van is. Ze geeft onder meer toelichting op de Museumwijzer en de verschillende archetypes die daarbij bedacht zijn.

Daarna geeft Thijs uitleg over de monitor. Hij benadrukt dat de monitor nu en in de toekomst een prototype zal zijn. Vervolgens legt hij uit waarom deze monitor ontwikkeld wordt, welke data nu verzameld wordt (‘laaghangend fruit’) en welke data er nog aan toegevoegd gaan worden. Dan geeft Thijs een overzicht van vergelijkbare en ‘rakende’ initiatieven’[1] en legt uit wat de kenmerken en verschillen zijn. Uiteindelijk stelt hij dat het draait om interpretatie en betekenis van data en dat daar een specifieke (geautomatiseerde) oplossing voor geboden kan worden voor musea.

Werksessie

De werksessie hebben we gedaan aan de hand van een aantal stellingen en vragen. Daarnaast hebben we gekeken welke data-elementen van verschillende platformen gecombineerd / verbonden zouden kunnen worden.

We beginnen met stellingen en vragen naar reacties van Matthijs (M) en Hester (H). De eerste stelling luidt:

Stelling 1: ‘Een groei in digitale bezoekers is een groei in fysieke bezoekers.’

H: Ik vind het moeilijk om daar een direct verband in te vinden. We zien wel een groei in digitale bezoekers, maar niet zozeer een gelijke groei in fysieke bezoekers. Het digitale bezoek zien wij overigens ook meer als een ‘herhaal bezoek’, als een onderdeel van de bezoekervaring. In dat opzicht beschouwen we de digitale en fysieke bezoekers ook niet zozeer als twee gescheiden groepen.

M. Bij ons zien we wel duidelijk verband tussen digitale en fysieke bezoeken. De stijgingen en dalingen gaan samen op een neer. We hebben ook wel eens op dat gebied metingen gedaan tijdens de openingen van tentoonstellingen. Daarmee kwamen we tot dezelfde conclusie.

Overigens zou het echt handig zijn als er een soort koppeling is met de kassa en een monitoringtool, zodat de fysieke bezoeken nauwkeuriger gemeten kunnen worden.

H. Wij maken voor onze tentoonstellingen een verbinding tussen het fysieke museum en het web en dat helpt toch wel bij het genereren van meer fysieke bezoekers.

M. De kennis over de digitale media is trouwens erg beperkt bij musea. Het zit nog niet in het systeem van musea. Dat zorgt er onder meer voor dat hier weinig specifieke strategie en budgetplanning voor is.

Wat ik ook merk is dat er bepaalde verwachtingen bij bezoekers worden gecreëerd door musea die veel online actief zijn. Een voorbeeld is het Brooklyn Museum: Online erg actief, maar in het museum zelf wordt nauwelijks gebruik gemaakt van digitale media. En dat leidt tot verkeerde verwachtingen (teleurstelling?).

 

Stelling 2: ‘Vandaag Twitter, morgen Pinterest en overmorgen weer wat anders; stiekem hoeft voor mij dat hele social media niet.’

M. Je moet sowieso afvragen waarom, wanneer en wat je gebruikt. Ik vraag me bijvoorbeeld af of Foursquare wel nuttig is. Maar aan de andere kant moet je meegaan met de verschuivingen van de (nieuwe) media.

H. Deze ontwikkelingen houd je niet tegen. Maar je kan als museum ook niet (meer) naar binnen gekeerd zijn. Wat dat betreft kan je al de beschikbare sociale media ook goed gebruiken om te laten zien wat je aan het doen bent. Niet in de laatste plaats voor bijvoorbeeld sponsors. Maar over het algemeen zijn musea toch wel naar binnen gekeerd.

M. Social media (SM) zorgen ook voor heel veel feedback. Maar dat komt ook misschien omdat wij op alles reageren: op elke tweet, elke email, enz. We zouden op basis van die gegevens overigens best een ‘vraag en antwoord’ systeem (V&A) kunnen maken.

H. Sociale media zijn ook heel goed geschikt voor het laagdrempeliger maken van V&A. Een vraag via SM stellen is naar mijn idee veel gemakkelijker dan bijv. via email.

Maar hoe dan ook, alle systemen en platformen staan los van elkaar, staat op zichzelf.

 

Stelling 4: ‘Online succes (of falen) is meetbaar en te vertalen naar concrete acties.’

H. SM lenen zich er bij uitstek voor om gemeten te worden. Helemaal binnen musea, waar goed geëxperimenteerd kan worden tijdens tentoonstellingen. Zo hebben we een tentoonstelling voorzien van QR-codes en gekeken hoe veel hits dat opleverde, hoe lang mensen de site bekeken, enz.

Maar goed, het probleem blijft dat een referentiekader ontbreekt. Dat is hard nodig.

M. We weten ook vaak niet wanneer iets een succes is. Dat zit ook niet in het systeem van musea.

Kale gegevens zeggen trouwens weinig tot niets.

Wat ik constateer is dat mensen ook vaak enkel vanwege status graag ‘museumvriend’ worden. En dan vooral op Facebook. De Twitteraars die ons volgen zijn anderen mensen. Die zijn oprechter geïnteresseerd in het museum. Dat zijn ook vaker zelf artiesten en kunstenaars. Dat zijn dus twee verschillende groepen met verschillende profielen.

(opmerking van Rogier om ook onderzoek te doen naar profielen)

H. Ik heb juist het idee dat het meer andersom is: Facebook vrienden zijn meer ‘innnercircle’ dan Twitter volgers. Twitter is meer ‘random’, meer ad hoc.

Nu volgt een opsomming van opmerkingen die niet direct gerelateerd zijn aan stellingen of vragen (zijn niet zozeer chronologisch genoteerd). 

H.

  • Youtube en Flickr zie ik meer als een soort database van beeldmateriaal. Mensen kunnen weliswaar reacties geven, maar dat gebeurt niet zo veel.
  • Waar ik behoefte aan zou hebben is een koppeling met ons blog. Daar vanuit verspreiden we als het ware onze berichten naar de andere platformen.
  • Tevens zou ik graag per tentoonstelling aparte metingen willen doen.
  • Het lijkt mij handig als je annotaties kunt maken bij tweets, zodat je kunt meten welke hashtags bijv. de meeste impact hebben.

M.

  • Het Stedelijk is een van de weinige musea voor hedendaagse kunst waar foto’s gemaakt mogen worden. Het val mij op dat veel van die foto’s gedeeld worden via bijv. Flickr. We gebruiken die foto’s ook soms en we merken dat mensen dat erg leuk vinden en trots zijn.
  • Het valt mij op dat het Tate meestal vragen stelt via de social media. En dit zorgt voor veel meer reacties.
  • Wat ik ook meestal doe is beeldmateriaal gebruiken. Dus een filmpje of een foto. En als ik awareness wil creeren voor een bepaald (tekst)item, dan plaats ik ook eerst een filmpje, en vlak daarna het bericht. Dat zorgt altijd voor meer fans, followers, en bezoekers.
  • Posten vanuit bijv. Tweetdeck zorgt voor ‘strafpunten’ bij Facebook’s Edgerank.
  • Timing van een post is erg belangrijk. Ook afhankelijk van de doelgroep die je wilt bereiken.
  • Check ook een het Greenboxmuseum Amsterdam -> 540K likes! Hoe komt dat? Vooral omdat het museum mensen ‘werft’ over de hele wereld en dan met name in landen Facebook net in opkomst is. De populairste woonplaats is dan ook Cairo, Egypte en de populairste leeftijdsgroep 13-17 jaar.

We stellen uiteindelijk gezamenlijk voor om een vervolgsessie te doen met meerdere partijen. Matthijs denkt dat  bijv. Matthijs Bakker van het Van Gogh ongetwijfeld geïnteresseerd is hiervoor (en zo weten Matthijs en Hester nog wel een paar die waarschijnlijk mee zouden willen doen). Hester biedt aan om dit eventueel in het Amsterdam Museum te doen. Karen stelt voor om dit voor de zomervakantie nog te organiseren.

Het laatste half uur hebben we besteed aan het verbinden van data-elementen m.b.v. kaartjes (naar idee van Erik)

Hiervan zijn foto’s gemaakt die hieronder te vinden zijn. Het is voor sommige verbindingen lastig om een beschrijving te geven, maar hier volgen een aantal:

[Youtube](Video_ID) / [Facebook](Photo_ID) / [Flickr](Photo_ID) <-> [GA](#Visits) / [GA](#Uniq_visitors)

[Tweet](User mention) <- [Tweet](Hashtag) / [Tweet](ID) / [Tweet](Tekst)

[Twit_stats](#Following) / [Twit_stats](#Followers) <- [Tweet](Hashtag) /  [Twit_stats](#Tweets)

[Blog](URL) / [Facebook](URL) / [Tweet](URL) -> [GA](Source)


[1] Zoals: Museum Analaytics, Culture24, Radian6, Alterian, Finchline.